Deze vragenlijst is ontwikkeld als hulpmiddel om je eigen teamrol vast te stellen. Er zijn zeven halve zinnen, die je af moet maken. Per zin heb je tien punten tot je beschikking, die je moet verdelen over de acht antwoorden. Als je je volledig herkent in één antwoord, geef je alle tien de punten aan dat antwoord. Als je je in meerdere antwoorden herkent, verdeel je de tien punten overeenkomstig je voorkeur; dus de meeste punten voor het antwoord dat het best bij je gedrag aansluit en de minste voor die antwoorden waarin je jezelf het minst herkent.
De punten vul je in op de puntentabel.
Vragen:
1. Ik hou van een stuk werk, omdat
- ik ervan hou om situaties te analyseren en zoveel mogelijk keuzemogelijkheden af te wegen.
- ik geďnteresseerd ben in het vinden van praktische oplossingen – oplossingen die echt werken.
- ik ervan hou het gevoel te hebben dat ik goede samenwerkingsrelaties kweek.
- ik een sterke invloed uitoefen (en wil uitoefenen) op de besluitvorming
- ik dan allerlei mensen kan ontmoeten, die iets interessants te bieden hebben.
- ik ervan hou mensen tot overeenstemming te brengen over bepaalde te nemen stappen.
- ik me in mijn element voel als ik me met volle aandacht kan wijden aan mijn taak.
- ik graag terreinen vind die mijn verbeeldingskracht prikkelen.
2. Kenmerkend voor mijn benadering van werken in een groep, is
- dat ik het (in stilte) interessant vind mijn collega’s beter te leren kennen.
- dat ik niet bang en de opvattingen van anderen te bestrijden of een minderheidsstandpunt te verdedigen.
- dat ik meestal wel de argumenten vind om onjuiste plannen van tafel te krijgen.
- dat ik meen dat ik het vermogen bezit om plannen te verdedigen die in de praktijk moeten worden gebracht.
- dat ik het vermogen bezit het voor-de-hand-liggende uit de weg te gaan en met onverwachte dingen op de proppen te komen.
- dat ik aanstuur op een beetje perfectionisme bij elke groepsopdracht.
- dat ik ervan hou om nuttige contacten te leggen buiten de eigenlijke groep.
- dat ik, hoewel ik geďnteresseerd ben in alle meningen, zonder aarzelen vaststel wat er gebeuren moet als er een beslissing moet worden genomen.
3. Wanneer ik eenmaal betrokken ben in een project samen met anderen,
- lukt het me mensen in een richting te sturen, zonder hen onder druk te zetten.
- is het mijn waakzaamheid die ons ervoor behoedt onzorgvuldigheden te begaan en zaken over het hoofd te zien.
- stuur ik op daden aan, om er zeker van te zijn dat er in de vergaderingen geen tijd verloren gaat of dat hoofdzaken uit het oog worden verloren.
- kan men ervan op aan dat ik iets origineels bedenk.
- ben ik altijd bereid een goed idee te ondersteunen, als dat in het algemeen belang is.
- ben ik altijd uit op nieuwe ideeën en ontwikkelingen.
- geloof ik dat mijn beoordelingsvermogen een belangrijke bijdrage levert om tot de juiste beslissingen te komen.
- kan men er vast op aan dat alle belangrijke zaken ook uitgevoerd worden.
4. Wat ik vind dat ik kan bijdragen aan een team:
- ik denk dat ik vaak nieuwe mogelijkheden kan ontdekken en daarvan gebruik kan maken.
- Ik kan zeer goed overweg met een breed scala van mensen.
- Het opwerpen van ideeën is één van mijn natuurlijkste gaven.
- Mijn bijdrage bestaat hieruit, dat ik scherp weet te signaleren wanneer iemand iets waardevols kan bijdragen tot de doelstellingen van het team.
- Mijn vermogen zaken af te ronden is groot – waarschijnlijk omdat mijn persoonlijke efficiency groot is.
- Ik ben bereid impopulair te zijn (voor een tijdje) als dat leidt tot resultaten die uiteindelijk de moeite waard zijn.
- Meestal heb ik in de gaten wat haalbaar is, en realistisch.
- Ik kan redenen aanwijzen voor alternatieve handelswijzen zonder daarbij mijn objectiviteit te verliezen.
5. Tekortkomingen die ik mogelijk heb bij het werken in teams, zijn:
- ik voel me alleen maar op mijn gemak als de bijeenkomsten goed gestructureerd en onder controle zijn en op een goed-geleide manier verlopen.
- ik geef soms te snel toe aan anderen waarvan ik meen dat ze een goed gezichtspunt hebben, zonder dat het voldoende is doorgesproken.
- ik heb de neiging teveel te praten als ik op nieuwe ideeën stuit.
- mijn objectiviteit maakt het me moeilik vlot en enthousiast met anderen mee te gaan.
- ik word soms als drammerig en autoritair beschouwd als er iets gebeuren moet.
- ik vind het moeilijk om vanaf het begin voorop te lopen, misschien omdat ik wat overgevoelig ben voor de sfeer in de groep.
- ik neig ernaar helemaal op te gaan in ideeën die bij me zijn opgekomen en – daardoor – contact te verliezen met dingen die gaande zijn.
- mijn collega’s denken dat ik me onnodig druk maak over details en over de kans dat dingen wel eens mis kunnen gaan.
6. Als mij plotseling een moeilijke opdracht wordt toegespeeld met een beperkte tijd en met onbekende mensen,
- zou ik me het liefst in een hoekje terugtrekken om iets te bedenken om uit de impasse te geraken, voordat ik met iets op de proppen kom.
- zou ik meteen diegenen opzoeken om mee samen te werken, die zich het meest positief opstellen.
- zou ik onmiddellijk een manier zoeken om de omvang van de taak te verkleinen.
- zou mijn gevoel voor wat dringend is en wat niet er wel voor zorgen dat we niet achterop het werkschema raken.
- geloof ik dat ik kalm zou blijven en mijn vermogen om objectief te denken bewaar.
- zou ik – ondanks de druk – op een geleidelijke manier naar het doel toe werken.
- zou ik de leiding wel op me willen nemen als ik merk dat de groep geen vooruitgang boekt.
- zou ik onmiddellijk discussies aangaan om nieuwe denkwijzen te stimuleren en het een en ander op gang te brengen.
7. Problemen waarmee ik te kampen heb als ik in een groep werk, zijn:
- dat ik vaak mijn ongeduld toon ten opzichte van hen die de vooruitgang in de weg staan.
- Dat anderen me bekritiseren omdat ik te analytisch ben en te weinig intuďtief.
- Dat mijn bezorgdheid dat de dingen goed gebeuren ertoe leidt dat de vooruitgang wel eens belemmerd wordt.
- Dat ik me gauw verveel en dan door enkele dingen die me prikkelen weer op gang gebracht moet worden.
- Dat ik het moeilijk vind om op gang te komen als de doelstellingen niet duidelijk geformuleerd zijn.
- Dat ik soms niet zo sterk ben in het formuleren van ingewikkeldheden die me door het hoofd spelen.
- Dat ik er steeds op uit ben aan anderen dingen te vragen die ik zelf niet kan.
- Dat ik vaak aarzel mijn gedachten te berde te brengen als ik daarmee veel oppositie oproep.
Puntentabel
Vul de scores die je de antwoorden hebt gegeven in in de tabel.
|
Vraag |
a |
b |
c |
d |
e |
f |
g |
h |
|
|
1 |
|
|
|
|
|
|
|
|
10 |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
10 |
|
3 |
|
|
|
|
|
|
|
|
10 |
|
4 |
|
|
|
|
|
|
|
|
10 |
|
5 |
|
|
|
|
|
|
|
|
10 |
|
6 |
|
|
|
|
|
|
|
|
10 |
|
7 |
|
|
|
|
|
|
|
|
10 |
|
Vraag |
VZ |
VM |
PL |
WA |
BM |
BO |
GW |
AF |
|
1 |
F |
D |
H |
A |
B |
E |
C |
G |
|
2 |
H |
B |
E |
C |
D |
G |
H |
F |
|
3 |
A |
C |
D |
G |
H |
F |
E |
B |
|
4 |
D |
F |
C |
H |
G |
A |
B |
E |
|
5 |
B |
E |
G |
D |
A |
C |
F |
H |
|
6 |
C |
G |
A |
E |
F |
H |
B |
D |
|
7 |
G |
A |
F |
B |
E |
D |
H |
C |
|
Totaal
|
|
|
|
|
|
|
|
|