9 Imago
Belang imago
Een van de moeilijkste aspecten van het raadswerk is het herkenbaar naar buiten kunnen treden. Tijdens verkiezingscampagnes krijgt iedereen te maken met studenten die niet geïnteresseerd zijn en zeggen dat het werk niet uitmaakt, laat staan dat het uitmaakt wie er in de raad zit. Als je dit wel duidelijk wil maken, moet je goed nadenken over je imago: het beeld dat je wilt uitdragen. Voor het creëren van een beeld zit er een groot verschil tussen het zijn van een raad (1 geleding, geen fracties daarbinnen) of een fractie. Een raad moet vertegenwoordigend zijn voor alle studenten, terwijl een fractie zich vaak sterker kunnen profileren (er is immers ook een andere fractie die een andere beeld naar voren kan brengen).
Hoe herkenbaar wil je zijn
Voordat je begint met het nadenken over welk beeld je wil neerzetten, moet je nadenken over wat dat beeld je waard is en hoeveel moeite je er in wil steken. Het belangrijkste in het raadswerk is dat je inhoudelijk bijdrage goed is. Hoeveel tijd heb je over voor het nadenken over hoe je die bijdrage gaat brengen (vorm) en hoe je dit gaat overdragen naar studenten. Het hebben van een imago kan ook negatief zijn. Mensen kunnen zich niet herkennen, of het bij voorbaat met je oneens zijn. Door het kiezen voor een bepaalde stijl weet je ook bijna zeker dat een aantal studenten zich daar niet mee zal identificeren. De vraag is dus of het de moeite waard is om werk te steken in een beeld. Soms verlies je meer dan dat je er mee wint. Handig is het om je imago te bepalen en daar een beetje ruimte in te laten zitten. Er is niets mis met je aanpassen aan je doelgroep. Als je anderen wil bereiken moeten ze wel bereid zijn om naar je te luisteren. De eerste stap moet dus altijd door jou gezet worden. Dit betekent niet dat je wel of niet in pak moet gaan naar een collegepraatje bij bedrijfskunde, maar wel dat die studenten niet naar je gaan luisteren als je daar staat in je sandalen, een gescheurde broek en een shirt vol vlekken. Andersom geld dit ook. Een pak aantrekken voor een groep milieuwetenschappers werkt waarschijnlijk ook lachwekkend.
Het tweede nadeel van het bepalen van een en imago is dat je wel tamelijk zeker moet zijn dat je opvolgers dit imago ook kunnen en willen uitdragen. Als dat niet zo is kan je je de moeite beter besparen. Het bouwen en behouden van een imago duurt meer dan een jaar en het omgooien of bijsturen van een imago is zelden goed voor je organisatie.
Het voordeel van een duidelijk imago is dat studenten weten waarmee ze je kunnen associëren en tijdens verkiezingen weten waarop ze kunnen stemmen. Een sterk imago geeft duidelijkheid over wie je bent en wat je voor studenten wil doen. Ongeacht of iedereen zich daar even hard voor wil inspannen, als het goed is is het imago sterker dan het individu en daar kan zeker de nieuwe fractie veel van profiteren.
Nieuw jaar, nieuwe keuzes?
Natuurlijk kan je een eigen invulling geven aan je eigen jaar. Binnen je verkiezingsprogramma (of daarbuiten, maar dan wel met goede redenen) kan je doen wat je wil. Het is verstandig om wel goed na te denken over eventuele trendbreuken. Het bestuur zal erg opkijken als de oude fractie een krachtig betoog tegen bijvoorbeeld de invoering van een semestersysteem zou hebben gehouden, terwijl jij zonder discussie met hun voorstel akkoord gaat. Je moet dus wel altijd die keuze maken. Als je de andere kant uit wilt dan je voorgangers, dan kan je dat het best of subtiel doen (gedurende verschillende vergaderingen steeds meer water bij de wijn), of in een keer een grote draai maken. In het laatste geval moet je wel kunnen uitleggen waarom je gekozen hebt voor deze nieuwe lijn. Over het algemeen is het verstandig de lijn van de vorige fractie aan te houden als je het nog niet zo goed weet, zij hebben er namelijk al eerder over nagedacht. Als je dit niet wil is het op zijn minst handig om hierover in overleg te gaan met de oude fractieleden. Zelf kan je er in ieder geval vragen over verwachten. Dit zijn ook vaak punten die terug komen in de aanstaande verkiezingscampagne.