Bijlage II Geschil- en beroepsprocedures
1 Inleiding
Het kan voorkomen dat in onderhandelingen tussen de raad en de bestuurders je niet tot een oplossing komt. Als dit echt helemaal niet lukt komt het tot een geschil. Het meningsverschil wordt dan via de juridische weg uitgevochten. Geschillenregelingen zijn hierbij erg belangrijk. Als het zover komt, is het aan te raden om een advocaat in te schakelen. Probeer dit zo te regelen dat de universiteit hiervoor betaalt.
Geschillen kunnen op zowel facultair als centraal niveau ontstaan. Het maakt hierbij niet uit of het gaat om een gedeeld of ongedeeld stelsel van medezeggenschap.Alleen ondernemingsraden vallen niet direct onder de WHW en kennen dus andere geschilprocedures.
2 Soorten geschillen
Geschillen tussen organen kunnen ontstaan op centraal niveau en op facultair niveau. Daar kunnen vijf verschillende gronden voor zijn:
- geschillen over instemmingsbevoegdheid (art. 9.41),
- geschillen over adviesbevoegdheid (art. 9.43),
- geschillen over de inhoud van het reglement van de MZR (art. 9.42),
- geschillen over de interpretatie van het reglement van de MZR of de interpretatie van de wetsartikelen in de WHW over
medezeggenschap (art. 9.44),
- nadere geschillen die de commissie voor geschillen aan haar reglement heeft toegevoegd (art. 9.45).
Op elk van deze punten kan je het dus oneens zijn met het bestuur. Wat je dan moet doen lees je in deze bijlage.
2.1 Een geschil, hoe gaat dat?
In deze paragraaf wordt een aantal praktische punten aangedragen die van pas kunnen komen bij de oplossing van een geschil. Niet elk meningsverschil tussen een bestuur en het bijbehorende medezeggenschapsorgaan hoeft direct uit te lopen op een geschil. Door simpelweg te praten (formeel, maar ook informeel) met de betrokken bestuurders kunnen veel problemen worden opgelost.
Als de bereidheid bestaat om er met elkaar uit te komen, blijkt dat vaak goed mogelijk. Toch is een geschil soms onvermijdelijk. Dan is het belangrijk om te weten hoe je dit stap voor stap aan kunt pakken. Die kennis kan overigens ook helpen om een geschil te voorkomen; de dreiging daarmee kan voldoende zijn.
Allereerst zal het geschil moeten worden aangemeld bij een hogere instantie, die zal dan vervolgens proberen te bemiddelen in het conflict. Voor universiteitsraad en centrale studentenraad, die op centraal niveau acteren, is dit de raad van toezicht. Voor de faculteitsraad en facultaire studentenraad is dit het college van bestuur. Dit aanmelden doe je door een beroepsschrift te schrijven.
2.2 Schrijven van een beroepsschrift
In een beroepsschrift wordt de basis voor het geschil beschreven en de argumenten op basis waarvan de indiener van het beroepsschrift vindt dat het geschil in zijn voordeel dient te worden beslecht. Simpel gezegd, is een beroepsschrift dus een brief waarin wordt gepleit voor het eigen gelijk. Er wordt dan intern in de universiteit geprobeerd om het geschil
door middel van bemiddeling op te lossen. Het beroepsschrift moet aan de bemiddelende groep worden toegestuurd. Het is aan te bevelen dit aangetekend te doen.
Het bezwaar- of beroepsschrift bevat tenminste:
- de naam en het adres van de indiener,
- de datum,
- een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar of beroep is gericht,
- de gronden van het bezwaar of beroep,
- een handtekening van de indiener,
- eventuele bijlagen, namelijk:
- zo mogelijk een kopie van het besluit waarop het geschil is gebaseerd,
- indien het bezwaar- of beroepsschrift in een vreemde taal is gesteld en een vertaling voor een goede behandeling van het
bezwaar of beroep noodzakelijk is, dient de indiener te zorgen voor een vertaling.
Dit alles is te vinden in artikel 6.5 van de algemene wet bestuursrecht.
3 Bemiddeling
Als je het beroepsschrift hebt ingeleverd zal er geprobeerd worden te bemiddelen om het conflict op te lossen. Dit houdt in dat de raad van toezicht of het college van bestuur (afhankelijk van op welk niveau het probleem speelt) met een voorstel tot oplossing van het geschil komt waar zowel het bestuur als de raad mee in kan stemmen. Als het voorstel niet door beide partijen gedragen wordt kan besloten worden (door een van de partijen) om het geschil aanhangig te maken bij de commissie voor geschillen. Die handelt de zaak vervolgens verder af (art. 9.40 lid 3 en 4).
3.1 De commissie voor geschillen
De MUB biedt een eigen regeling voor het beslechten van geschillen. De MUB creëert een commissie voor geschillen voor alle openbare universiteiten. Het is de bedoeling dat de commissie geschillen oplost die een universiteit niet zelf intern kan oplossen.
3.2 Samenstelling
De commissie voor geschillen bestaat uit drie leden en drie plaatsvervangende leden. De gezamenlijke colleges van bestuur van de openbare universiteiten kiezen een lid van de commissie (en zijn plaatsvervanger). De universiteitsraden c.q. de gezamenlijke vergaderingen van personeel en studenten van de openbare universiteiten benoemen het tweede lid (en zijn plaatsvervanger). De twee gekozen leden kiezen gezamenlijk een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.Alle leden en hun plaatsvervangers worden voor een periode van vier jaar gekozen en zijn een keer herkiesbaar. Om de onafhankelijkheid van de commissie te waarborgen, mogen de leden en hun plaatsvervangers geen deel uitmaken van een
college van bestuur, een raad van toezicht, het bestuur van een faculteit, het bestuur van een opleiding, of een medezeggenschapsorgaan binnen een universiteit.
Overigens kan een universiteit ook een eigen commissie voor geschillen instellen. Als dit gebeurt heeft de universiteit niets meer te maken met de landelijke geschillencommissie. De benoeming en bevoegdheden lopen ongeveer analoog aan die van de landelijke geschillencommissie.
3.3 Bevoegdheden
In de wet worden de geschillen waarover de commissie van geschillen uitspraak kan doen opgesomd (art. 9.40). Deze
opsomming is echter niet limitatief, in haar reglement kan zij bepalen dat ze kennis neemt van andere (meer) geschillen dan die in de wet zijn opgesomd.
De commissie voor geschillen neemt kennis van geschillen in de volgende gevallen:
- op verzoek van het college van bestuur; wanneer voor een besluit de vereiste instemming niet is verworven en het college
van bestuur zijn voorstel desondanks wenst te handhaven,
- op verzoek van het college van bestuur of de medezeggenschapsraad; indien de raad geen instemming heeft gegeven op
een deel of de gehele inhoud van het reglement van de raad,
- op verzoek van de medezeggenschapsraad; indien het college van bestuur een besluit heeft genomen waarover door de raad advies is uitgebracht, dat niet of niet geheel is opgevolgd. De raad moet wel van oordeel zijn dat daardoor de belangen van de universiteit of de belangen van de raad ernstig worden geschaad,
- op verzoek van het college van bestuur of van de medezeggenschapsraad; indien het college van bestuur en de raad van
mening verschillen over de interpretatie van het reglement van de raad of de in de MUB beschreven regelingen over medezeggenschap,
- de commissie heeft in haar reglement bepalen dat zij ook kennis neemt van andere geschillen dan de hiervoor genoemde.
Dit mits het reglement van de medezeggenschapsraad zegt dat dit geschil bij de commissie terecht kan komen en het niet
ingaat tegen de wettelijke bevoegdheid van de commissie. De geschillencommissie is de bevoegde instantie waar een
beroepsschrift moet worden ingediend.
3.4 Beschrijving van de geschillenregeling
Deze paragraaf beschrijft de geschillen die kunnen ontstaan tussen een medezeggenschapsorgaan en een bijbehorend bestuur. De commissie voor geschillen kan een bemiddelingsvoorstel doen aan bestuur en raad, behalve bij een geschil over de interpretatie van het reglement of de wettekst (art 9.40 lid 1 sub d en 9.44).
Wanneer de poging tot bemiddeling of het bemiddelingsvoorstel zelf wordt verworpen, gaat de commissie over tot een uitspraak. Het is belangrijk om te weten dat de commissie bij verschillende geschillen op een andere manier toetst. In de volgende subparagrafen zal het hele proces voor elk soort geschil apart worden beschreven.
Geschil instemmingsbevoegdheid (art. 9.41)
Indien het geschil (na een vruchteloze bemiddelingspoging) aangemeld is bij de commissie voor geschillen, moet het bestuur aangeven welke afweging voor haar aan de orde is. Het bestuur moet argumenten voor de handhaving van het voorstel geven. De commissie stelt naast het bestuur ook de raad in de gelegenheid om zijn argumenten voor het onthouden van de instemming naar voren te brengen. De raad kan dit alleen doen 'met redenen omkleed'. Dat houdt in dat hij goede argumenten moet geven waarom de instemming is onthouden. Als de raad zonder voldoende motivering de instemming op een besluit onthoudt, dan verliest de raad het bij de commissie voor geschillen.
De commissie voor geschillen mag een bemiddelingsvoorstel doen, tenzij het bestuur en de raad hebben aangeven dat ze daar geen prijs op stellen. Als de commissie geen bemiddelingsvoorstel doet of als het voorstel wordt afgewezen, gaat de commissie over tot een uitspraak. Om tot die (bindende) uitspraak te komen, bekijkt de commissie of het bestuur bij afweging van alle belangen in redelijkheid tot zijn voorstel heeft kunnen komen. Het 'voorgenomen besluit' van het bestuur is pas een definitief besluit nadat de commissie zegt dat het mag of als de raad akkoord is.
Als de raad het niet eens is met de uitspraak van de commissie, kan ze in hoger beroep gaan bij de rechtbank. Verderop in deze bijlage wordt dit verder uitgewerkt. In hoger beroep kan het definitieve besluit nog worden teruggedraaid, maar het instellen van het beroep heeft geen invloed op de geldigheid van het besluit.
Bij de vaststelling van een reglement kan een geschil voor grote vertraging zorgen. In principe blijft het oude reglement geldig tot het nieuwe reglement is vastgesteld. Als veranderingen echt hoog nodig zijn kan een geschil de hele organisatie van een universiteit stilleggen. Zo'n situatie kan onvoordelig zijn voor de universiteit en kan dit ook zijn voor het personeel en de studenten.
Geschil adviesbevoegdheid (art. 9.43)
Als het bestuur een besluit heeft genomen waarover een medezeggenschapsraad heeft geadviseerd, dan mag het bestuur alleen met redenen omkleed afwijken van dat advies. Als het advies niet of niet geheel wordt gevolgd, dan wordt de uitvoering van het besluit opgeschort met vier weken, tenzij de raad geen bezwaar heeft tegen onmiddellijke uitvoering. De universiteitsraad heeft vier weken de tijd om een geschil aanhangig te maken.
In principe kan het bestuur na die vier weken gewoon doorgaan, maar de raad kan daar een stokje voor steken. De raad kan een kort geding aanspannen om de uitvoering van het besluit op te schorten tot aan de uitspraak van de commissie. Als het besluit ingrijpend en/of onomkeerbaar is dan is de kans om het kort geding te winnen vrij groot. Het bevoegd gezag moet wachten totdat de commissie een oordeel heeft gegeven. Het blijkt in de praktijk bijna altijd dat als een raad een kort geding aanspant met de eis 'ik wil dat er wordt gewacht met het definitief maken van dit besluit totdat de commissie uitspraak heeft gedaan', dat deze vordering wordt toegewezen.
Na een eventuele vruchteloze bemiddelingspoging, moet de raad bij de commissie beargumenteren waarom hij vindt dat de
belangen van de universiteit of de raad ernstig worden geschaad door het niet of niet geheel opvolgen van het advies. De commissie stelt naast de raad ook het bestuur in de gelegenheid om zijn argumenten voor het niet of niet geheel volgen van het advies naar voren te brengen.
De commissie voor geschillen mag een bemiddelingsvoorstel doen om het geschil op te lossen, tenzij het bestuur en de raad hebben aangeven dat zij daar geen prijs op stellen. Indien de commissie geen bemiddelingsvoorstel doet of als dat voorstel wordt afgewezen, dan gaat de commissie over tot een uitspraak. Om tot die (bindende) uitspraak te komen, beoordeelt de commissie of het bestuur bij het niet volgen van het advies:
a. gehandeld heeft in strijd met het bepaalde bij of krachtens titel twee van de MUB (Medezeggenschap binnen de openbare universiteiten, grof gezegd artikel 9.29 tot en met 9.50a WHW) of het reglement van de universiteitsraad. In de praktijk betekent dit dat de commissie toetst of alles wel volgens de regels is gebeurd,
b. onvoldoende heeft gemotiveerd waarom is afgeweken van het advies van de raad,
c. onzorgvuldig heeft gehandeld ten opzichte van de raad,
d. bij de afweging van de betrokken belangen in redelijkheid niet tot het besluit heeft kunnen komen. Dit is de zogenaamde redelijkheidstoets.
Vooral de redelijkheidstoets is belangrijk. Die zorgt er namelijk voor dat een adviesgeschil erg veel op een instemmingsgeschil gaat lijken. Kortom, de toetsing bij instemming en bij advies komt per saldo eigenlijk op hetzelfde neer. Er moet een afweging worden gemaakt van de betrokken belangen en er moet worden gekeken welke belangen de doorslag geven. Hierbij is wel het uitgangspunt dat het bestuur een streepje voor heeft, want die moet besturen en de raad controleert het bestuur.
Geschil inhoud reglement (art. 9.42)
Het bestuur heeft de bevoegdheid om het reglement van de medezeggenschapsraad vast te stellen of te wijzigen. De raad heeft volgens de wet instemmingsrecht op een dergelijk 'voorgenomen besluit' van het bestuur. Het bestuur dient het voorstel dus aan de raad voor te leggen om instemming te verkrijgen. Daarvoor is tweederde van het totaal aantal stemmen van de raad nodig. Na de uitspraak van de commissie mag het bestuur het reglement vaststellen, overeenkomstig het oordeel van de commissie.
Geschil interpretatie (art. 9.44)
Het bestuur of de raad kan een geschil aangaan indien er een verschil in interpretatie is over 'het bepaalde bij of krachtens de wet, dan wel het bepaalde in het reglement van medezeggenschapsraad'. Dit betekent dat beide partijen een geschil aan
kunnen gaan als wetsartikelen of artikelen in het reglement verschillend worden uitgelegd.
Als een eventuele bemiddelingspoging van de raad van toezicht is mislukt, dan doet de commissie voor geschillen een (bindende) uitspraak over de interpretatie van het desbetreffende artikel waarover het geschil is ontstaan.
Nadere geschillen (art. 9.45)
Het is mogelijk om in het reglement van de universiteitsraad of studentenraad regelingen te treffen omtrent geschillen die niet in de wet zijn beschreven. In het reglement van de raad wordt vastgelegd waar de commissie voor geschillen bij kan worden betrokken. In het reglement moet worden vastgelegd wie het geschil aanhangig kan maken en of de commissie voor geschillen wordt gevraagd om bemiddeling dan wel een uitspraak. Dit alles is alleen mogelijk voor zover het reglement van de commissie voor geschillen dit toelaat.
3.5 Het geschil is bij de commissie voor geschillen, wat moet ik weten?
De duur van een geschil
De lengte van de hele procedure die hiervoor is beschreven, is afhankelijk van de situatie en dus onvoorspelbaar. Houd er rekening mee dat een geschil wel een paar maanden en soms zelfs jaren kan duren. Een eventuele bemiddelingspoging van de commissie voor geschillen kan daar makkelijk een paar maanden aan toevoegen.
In hoger beroep
De werkwijze van de commissie voor geschillen verschilt per soort geschil. Als de commissie een uitspraak doet is die uitspraak bindend voor de betrokken partijen. Letterlijk houdt dit in dat alle partijen gebonden zijn aan de uitspraak van de commissie. Voor de duidelijkheid: tegen een 'bindende' uitspraak kan je wel in beroep gaan.
De uitspraak van de commissie is gelijkgesteld aan een besluit dat is genomen in administratief beroep. Dat betekent dat tegen die uitspraak ook beroep kan worden ingesteld bij een rechterlijke instantie. De commissie voor geschillen is zelf geen rechterlijke instantie. De medezeggenschapsraad kan op basis van de Algemene wet bestuursrecht een beroep aanspannen bij de bestuursrechtelijke kamer van de rechtbank. Daarvoor moet zij een beroepsschrift indienen. Geeft ook deze rechter niet de gewenste uitspraak dan kan tot slot in beroep worden gegaan bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Na deze instantie is geen hoger beroep meer mogelijk.
3.6 Geschillenregeling voor de Ondernemingsraad
In deze paragraaf wordt kort de geschillenregeling voor de ondernemingsraad beschreven. Het kan zeer nuttig zijn om iets van de regelingen voor de ondernemingsraad te weten. Als het college van bestuur kiest voor gedeelde medezeggenschap
dan is de wet op de ondernemingsraden (WOR) van toepassing voor het personeel. De WOR kent een eigen stelsel van rechtsbescherming, dat gemaakt is voor het bedrijfsleven en niet is aangepast aan de situatie op de universiteiten. De beroepsgang van de gezamenlijke vergadering(en) valt zoals eerder gezegd niet onder dit stelsel, maar gewoon onder de regeling zoals beschreven in de MUB.
Instemmingsgeschillen tussen de ondernemingsraad en het college van bestuur worden in eerste instantie voorgelegd aan de kantonrechter. Hoger beroep is mogelijk bij de gewone rechter (de burgerlijke kamer van de Rechtbank). Hierna is cassatie bij de Hoge Raad mogelijk. Adviesgeschillen komen meteen terecht bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof in Amsterdam. Dit is een rechter die is gespecialiseerd in het ondernemingsrecht. Hierna is ook cassatie mogelijk bij de Hoge Raad.
Als een ondernemer van het advies van de ondernemingsraad afwijkt, is hij verplicht de uitvoering van zijn besluit op te schorten tot een maand na de dag waarop de ondernemingsraad van het besluit in kennis is gesteld. Tenzij de ondernemingsraad geen bezwaar meer heeft tegen uitvoering van het besluit (art. 25 lid 6 WOR).
Gescheiden rechtsgangen studentenraad en ondernemingsraad
Uit bovenstaande paragrafen blijkt dat de studentenraad na hoger beroep uiteindelijk bij een andere hoogste rechtsinstantie eindigt dan de ondernemingsraad. De geschillenprocedure voor de studentenraad heeft als eindstation de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, terwijl de geschillenprocedure voor de ondernemingsraad in hoogste beroep altijd eindigt bij de Hoge Raad.
Dit kan problemen geven als zowel de ondernemingsraad als de studentenraad in beroep gaan na een uitspraak van de commissie voor geschillen op basis van eenzelfde geschilpunt. Verschillende rechters zullen uitspraak doen over hetzelfde geschilpunt en dat kan in potentie aanleiding geven tot zeer ondoorzichtige toestanden. Bovendien toetsen verschillende rechtsorganen ook op basis van verschillende criteria. Na jarenlang procederen kan een zaak zowel bij de Raad van State als de Hoge Raad belanden. Beiden kunnen een andere uitspraak doen. In Nederland bestaat geen rechtseenheidvoorziening. De Hoge Raad en de Raad van State vinden allebei dat zij de belangrijkste zijn. Het zal soms onmogelijk zijn om tot een oplossing te komen.
3.7 Nadere informatie
Als je meer informatie wilt hebben over de hierboven genoemde procedures kan je het beste contact opnemen met je plaatselijke universitaire studentenfracties of studentenvakbond. Die kunnen er altijd voor zorgen dat je een antwoord krijgt op je vragen. Je kunt ook contact opnemen met de landelijke studentenvakbond (LSVb) of het Landelijk Overleg Fracties (LOF). De LSVb beschikt over een advocatennetwerk dat bestaat uit gespecialiseerde advocaten. Voor zowel LOF als LSVb kan je bellen met de LSVb (030 - 231 64 64).