Zoeken
 
WelkomDossiersPublicatiesArchievenContact
 
 
 Nieuws
 Agenda LOF-activiteiten
 Kernpublicaties
 Opleidingscommissies
 Cursusaanbod
 Landelijk Aanbod Minoren

Hoofdstuk 12 De pijnpunten van de MUB

Wat er binnen de MUB geregeld is heb je hiervoor kunnen lezen. In dit hoofdstuk lees je wat er volgens de LSVb mist aan de MUB en wat er mis is met de MUB.

12.1 Einde aan de democratie

Een fundamenteel probleem van de MUB is dat democratie als doelstelling is verlaten en dat democratie in de werkelijke

betekenis van het woord (de gemeenschap of een gekozen vertegenwoordiging daarvan beslist) is afgeschaft. De LSVb vindt democratie binnen de universiteit veruit de beste bestuursvorm. Democratie leidt tot een zorgvuldige besluitvorming waarin alle argumenten en alle gezichtspunten kunnen worden meegenomen. Dit komt de kwaliteit van de besluitvorming zeer ten goede. Democratie vergroot ook de kans dat besluiten niet alleen worden genomen, maar ook worden uitgevoerd. Er is immers meer draagvlak voor besluiten. In een medebestuursituatie is er daarnaast nog echt sprake van de academische gemeenschap die de besluiten neemt, in plaats van een manager die niet genoeg contact heeft met de dagelijkse bezigheden van de universiteit.

12.2 Het gemeenschappelijk overleg decanen (GOD)

Binnen alle universiteiten is er regelmatig overleg tussen de decanen en het college van bestuur. Dit gemeenschappelijk

overleg decanen (GOD) is over het algemeen een informeel overleg waar veel besluiten worden voorgekookt. De medezeggenschap wordt dan geconfronteerd met al volledige besluitvoornemens, waarbij ze eigenlijk alleen nog maar ja mogen knikken.

12.3 De MUB leidt ertoe dat discussies voor een belangrijk deel gevoerd worden nadat een besluit is genomen

Het komt vaak voor dat een besluit al in een vergevorderd stadium is of al bijna genomen, terwijl een medezeggenschapsraad adviesrecht heeft. In zo'n geval is het moeilijker om de besluitvorming te beïnvloeden omdat besluiten ogenschijnlijk al dichtgetimmerd zijn. Op deze manier is het moeilijk zo niet bijna onmogelijk voor de

medezeggenschap om nog constructief mee te denken en bij te dragen aan de besluitvorming. Het komt neer op dat de medezeggenschap alleen een ja of nee kan geven, in plaats van een aanvulling op de plannen. Bij onderdelen waar op de medezeggenschap instemmingsrecht heeft komt dit ook voor, maar in deze situaties is het bestuur meer bereid de medezeggenschap al vroeg in de planvorming te betrekken. Dit is één van de reden waarom de LSVb pleit voor meer instemmingsrechten (begroting, meerjarenplan, etc.).

12.4 Informatievoorziening

In de MUB wordt wel geregeld dat raden over alle benodigde informatie kunnen beschikken. Ze moeten hier echter zelf om

vragen. Doordat raden niet goed op de hoogte worden gesteld van welke informatie er beschikbaar is, is dit erg moeilijk. Hiernaast wordt benodigde informatie vaak pas erg laat aangeleverd, zo bleek ook weer uit de MUB-bezinning. Op deze manier is het niet mogelijk om volwaardige medezeggenschap te hebben, immers de kwaliteit van besluiten is zeer afhankelijk van de kwaliteit en tijdigheid van de daarbij behorende informatie.

12.5 De medezeggenschap is te afhankelijk van bestuurders

Doordat het bestuur binnen de MUB altijd het laatste woord heeft, hangt de kwaliteit van het beleid heel erg af van het bestuur. Dit bestuur heeft dus veel verantwoordelijkheden. Het is dan nogal vreemd om al die verantwoordelijkheden bij een persoon neer te leggen in plaats van bij een meerhoofdig bestuur. Toch staat de optie van eenhoofdig bestuur op elk niveau open binnen de MUB. Hierbij is het ook de taak van de bestuurder om te luisteren naar de medezeggenschap en hier profijt uit te trekken. Als een bestuurder dit niet doet staan hier echter geen harde maatregelen tegenover. De invloed van de medezeggenschap is dus erg afhankelijk van het bestuur gemaakt.

12.6 Geschillencommissies

De geschillencommissies die worden ingesteld om te bemiddelen bij geschillen tussen de medezeggenschap en het bestuur worden door de raden gezien als een erg grote drempel om te nemen. Hiernaast toetsen deze commissies slechts marginaal de besluiten van het bestuur. Hierdoor kan het bestuur als zij het geschil verliezen vaak het besluit nogmaals voorleggen en dan wel doorvoeren.

12.7 Managementteams

Op veel faculteiten zijn managementteams ingesteld om de decaan bij te staan bij de beleidsvoering. Deze managementteams hebben eenzelfde taak als een faculteitsbestuur, maar door de naamsverandering hoeft er geen student plaats in te hebben. Op deze manier worden de studenten verder buiten spel gezet.

12.8 Top down benadering benadeelt werkvloer

Bij de invoering van de MUB is er niet gekeken naar de werkelijke problemen waar wetenschappers en studenten tegen aanlopen, terwijl dit de groeperingen zijn waar het om gaat in de universiteit. Er is selectief geluisterd naar enkele bestuurders, waardoor bijvoorbeeld de indruk is gewekt dat bestuurders geen deel uitmaken van het probleem dat dus veroorzaakt wordt door de raden. De werkelijke vertegenwoordigers van de universiteiten, de democratisch gekozen raden, hebben unaniem aangegeven een tegenstander te zijn van de MUB. Deze opvattingen zijn niet meegenomen bij het instellen van de wet. Daarom is de benadering vanuit de MUB te veel gericht op de bestuurders, terwijl juist binnen een universiteit het zwaartepunt bij de individuele student en de individuele onderzoeker hoort te liggen. De bestuursorganisatie moet dan ook vanuit deze mensen ontwikkeld zijn.

12.9 De MUB is geïnspireerd op het bedrijfsleven

Het beeld van een hiërarchisch georganiseerde productielijn, waarbij de top het overzicht heeft en de werkvloer moet worden aangestuurd, past niet bij een universiteit en is ook in het bedrijfsleven zelf achterhaald. De universiteit is een professionele organisatie, waarbij de individuele wetenschapper over een zo specialistische kennis beschikt dat zelfs een naaste collega daar nauwelijks zicht op heeft. Wetenschappers zijn op hun vakgebied nauwelijks aan te sturen. De student is ook geen consument, want een student heeft niet de onafhankelijkheid, keuzevrijheid, experimenteerruimte die gewone

consumenten wel kunnen hebben. De onderwijsmarkt is daarnaast absoluut niet doorzichtig genoeg om een rol als  consument te kunnen uitoefenen. Bovendien leidt dit beeld tot een onderwijssituatie waarin er een aanbieder en een afnemer zijn van kennis. De afnemer heeft dan nauwelijks invloed op de vorm en de inhoud van het onderwijs. Dit alles is een grove onderwaardering van het onderwijsproces. De LSVb beschouwt het onderwijs als een interactief proces waarbij de individuele student centraal staat en een actieve bijdrage levert aan het onderwijsproces.

12.10 De MUB voldoet niet aan haar eigen doelstellingen

• De vorming van een volwaardige medezeggenschap

Zowel uit de evaluatie van het ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschappen, als uit de ervaringen van studenten in medezeggenschapsorganen komt naar voren dat de medezeggenschap niet goed functioneert. Het is slecht gesteld met de openheid van bestuur, medezeggenschapsorganen worden slecht geschoold en ondersteund en de positie van opleidingscommissies moet verbeterd worden. Het probleem ligt echter niet alleen bij de opleidingscommissies, ook faculteitsraden en universiteitsraden worden vaak niet serieus genomen door besturen. Studenten en personeel voelen zich niet serieus genomen zoals ook blijkt uit MUB een echte evaluatie.

• Totstandkoming van heldere verantwoordingsrelaties

Doordat bestuurders hun taken kunnen mandateren aan andere bestuurslagen is het dan misschien formeel wel duidelijk wie eindverantwoordelijkheid heeft, maar is nog steeds niet direct duidelijk wie met welk onderdeel van het bestuursbeleid belast is.

• Verhoging van de effectiviteit van de besluitvorming

Het is maar zeer de vraag of de effectiviteit van de besluitvorming is toegenomen. Door de invoering van de MUB is de democratie afgenomen. Het draagvlak voor besluiten is daarom gedeeltelijk weggevallen. Uitvoering van MUB-besluiten zal daarom moeizamer en trager verlopen. Daar komt nog eens bij kijken dat veel medezeggenschapsorganen niet serieus worden genomen, hetgeen ook niet ten goede komt van het draagvlak.

12.11 Gedeelde medezeggenschap

In de MUB is de keuze ontstaan tussen gedeelde en ongedeelde medezeggenschap. Bij gedeelde medezeggenschap worden

studenten vertegenwoordigd door een studentenraad en het personeel door een ondernemingsraad. Dit doet af aan het idee dat studenten en personeel samen de universitaire gemeenschap vormen.

 

12.12 Relatie raad van toezicht en college van bestuur

De relatie tussen de raad van toezicht en het college van bestuur wordt in de MUB bijna niet geregeld. De beide organen moeten naar een verstandhouding toegroeien. Dit is te vrijblijvend om er zeker van te kunnen zijn dat de raad van toezicht daadwerkelijk zijn functie goed kan vervullen. Daarnaast zijn de overleggen tussen deze twee over het algemeen besloten en is het dus zeer onduidelijk voor de rest van de universiteit wat nou eigenlijk de functie is van dit overleg.

12.13 Vertrouwenspersoon binnen raad van toezicht

Binnen de raad van toezicht is een lid aanwezig dat het speciale vertrouwen heeft van de medezeggenschap. De meeste medezeggenschapsraden gaven in de MUB-bezinning echter aan hier weinig tot niets van te merken. Hiernaast is het in de benoemingsprocedure van de raad van toezicht niet duidelijk hoe gegarandeerd moet worden dat dit lid van de raad van toezicht ook daadwerkelijk het vertrouwen krijgt van de medezeggenschap.

12.14 Enkele juridische fouten en onduidelijkheden in de wet op

Naast de vorige juridische onduidelijkheden, zijn er ook nog enkele juridische fouten in de wet. Er staan bijvoorbeeld nog verwijzingen in de wet naar organen die bij de keuze voor de ondernemingsraad niet meer bestaan. Een voorbeeld is de mogelijkheid die in artikel 9.18 lid 4 WHW wordt geboden om de taken en bevoegdheden van de opleidingscommissie uit te laten oefenen door de faculteitsraad, die bij de keuze voor de WOR niet meer bestaat.

Een andere technische fout is dat er bij de invoering van de MUB een tijdelijke geschillencommissie komt, die bij keuze voor de WOR niet hoeft te worden vervangen.

 

 

     Studentenpanel LSVb

 

Het LOF heeft met de LSVb een handboek uitgebracht
over de WHW, klik HIER.



Nieuws
LOF zoekt coördinator/ coördinatoren 2012-2013
Alles wat je moet weten over de langstudeerdersboete
Nieuwe versie WHWatisdat beschikbaar!
SGP en CU: Tweede studie niet duurder
Meer nieuws...
 Volgende LOF bijeenkomst
 8 juni